Maart 2012

Na een aantal dagen verwaaid te hebben gelegen in Deshaies, wat overigens geen straf was, vertrekken we begin maart naar 'Ilet a Caret'. Dit ligt in de met riffen omringde baai 'Grand Cul de Sac Marin' in het noorden van Guadeloupe. We verlaten Deshaies met bijna geen wind, maar zo gauw we de hoek ronden krijgen we een flinke wind op de neus. We besluiten binnen de riffen door te varen, wat volgens een lokaal mannetje geen probleem moet zijn, maar waar we dus geen detailkaarten van hebben.
Dus terwijl John boven op de kap aanwijzingen geeft stuur ik de autopilot bij en bekijk de zeekaarten, voor zover en in hoeverre deze kloppen. Dat is weer een tijdje geleden dat we deze capriolen uithaalden, laatst in de Maldiven (2006) voor onze Cruising Guide 'Sailing through Paradise, Cruising Guide to the Maldives'. Maar we zijn het nog niet verleerd, eyebal navigation. En gelukkig maar want alhoewel de riffen goed te zien zijn zit je er bovenop in een paar onbewaakte ogenblikken, zo nauw is het wel.
In de verte zien we nu 'Ilet a Caret'. Anker uit en genieten van het uitzicht, 'paradise island'. Als we zeker weten goed liggen gaan we aan land. We lopen rondje eiland, filmen en zwemmen, heerlijk. Als de avond valt liggen we nog maar met twee boten voor anker, de rest is alweer terug naar de veilige marina's...

Na een rustig nachtje op anker varen we deels op zeil door naar Baie Mahault, het (overigens gratis) lokale boekje voor zeilers zegt dat het een moeilijke ingang heeft. Wij vinden het wel meevallen, als je je ogen maar goed openhoud en om je heen kijkt. Bovendien zijn de riffen hier ook nog eens aangegeven met staken, die kan je niet missen... Nou ja, behalve die chartergasten dan, want die zien werkelijk niks.
Voor het eerst komen we in een baai waar weinig boten liggen en wij de enige buitenlanders zijn, de rest allemaal lokaal.
Er wordt de eerste dag weinig gedaan aan boord JoHo, het regent pijpestelen. Een aantal belletjes naar autoverhuurbedrijven levert niets op, alles lijkt verhuurd vanwege het hoogseizoen. Nou ja, dan maar met een boekje in de kuip, relaxen.
Eind van de middag klaart het op en gaan we een wandeling door Mahault maken. Het valt direct op dat we de enige blanken zijn, mensen staren ons aan. Als ze aan het beeld gewend zijn groeten ze dan wel vriendelijk. Vind maar eens een huurauto als je nog nooit in de plaats bent geweest, maar John zou John niet zijn als-ie niks regelen kon. Hij spreekt een lokale meneer aan en binnen 2 minuten zijn we onderweg met zijn auto naar zijn zus die nog wel iemand kent. Zuslief is een flinke dame met glitterend kroeshaar, net uit de krulspelden, het tegenovergestelde van haar broer. Na een korte conversatie rijden we verder en komen bij een volgend huis aan. Hier moeten we even wachten op de eigenaar, en ja hoor deze verhuurd auto's voor een leuk prijsje. Nog geen kwartier later rijden we in Clio het terrein af, dit wordt ons wagentje voor de komende vier dagen (voor 100 euro!).

Guadeloupe bestaat uit twee gedeeltes die door bruggen over de zoute rivier (Riviere Salee) met elkaar verbonden zijn. In het westen vind je Basse-Terre het gedeelte met groene vulkanische bergen. In het oosten vind je Grand Terre met zijn kalksteenplateau met stranden en koraalriffen.
Het is maandagochtend 5 maart, ondanks het vroege uur (07.30) is het spitsuur, al het verkeer wil naar Pointe-a-Pitre op Grand Terre. Wij gaan gelukkig de andere kant op, richting zuid Basse-Terre en we zijn goed voorbereid maar rijden in het begin toch regelmatig verkeerd. De lokale bebording is even wennen dus.
Na een goed half uur, in het La Guadeloupe Parque National, is het tijd om de benen te strekken. We pakken de wandeling Grand Etang. Een rondje meer volgens het franse (ook weer gratis!) magazine, het plaatje ziet er goed uit. Lekker vlak en 'Facile', was dat niet makkelijk John? Goed voor ons niet-zo-land-en-wandel-getrainde zeilers. De wandeling begint door een donker stuk tropisch woud, bergop. Het pad bestaat uit stenen, natte klei en boomstronken. Als we net tien minuten onderweg zijn vraagt John of dit wel zo'n goed idee is. Ik zeg gewoon doorgaan, de omgeving is 'magnifique', vol met vogel en watergeluiden. Maar het wordt wel steeds spannerder, halverwege moeten we over een aantal snel stromende stroompjes zien te komen, liefst zonder natte voeten of erger, een nat pak. Door van steen naar steen te springen krijgen we geen natte voeten en door niet te vallen houden we het helemaal droog. Hierna wordt het traject makkelijker, we komen via een brug bij een vogeluitkijkpunt met een overzicht over het meer, dat we tot dan nog niet hadden gezien. De laatste loodjes zijn overigens ook zwaar, de ondergrond is spekglad en we glibberen zo terug naar de uitgang.
Het mooie van deze route is dat hier maar weinig mensen stoppen waardoor je volop van de natuur kunt genieten.
Iets verderop liggen de 'Chutes du Carbet', drie watervallen die ontspringen uit de Soufriere. De Soufriere is het hoogste punt op Guadeloupe, deze smeulende vulkaan is 1467m hoog. Van de drie watervallen is de derde gesloten om veiligheidsredenen. Wij bezoeken de tweede en zien de eerste chute vanuit de verte, als met ons honderd anderen. Deze korte wandeling wordt beloond met een typisch creoolse maaltijd, kip met kerrie en rijst, een soort kerrie-oliebolletje en een speciaal soort erg zoete aardappel. Smakelijk.
In de middag rijden we langs de zuidkust en maken een pitstop bij Vieux Fort om vervolgens door te tuffen naar het beginpunt van de wandeling naar La Soufriere die weer in het National Park ligt. Deze wandeling is best indrukwekkend, we passeren de warm water bronnen en komen via de jungle bij de vlakte boven de boomgrens. Mist daalt dan op ons neer en we staan te rillen van de kou op 1200 meter in onze vochtige kleren. De lucht is doordrongen van een rotte eieren geur, wat veroorzaakt wordt door de smeulende zwaveltop van La Soufriers. We gaan de top niet helemaal op, te koud, nat en steil.
Moe van alle inspanning van die dag rijden we terug.

Dag twee is minder idyllisch maar niet minder mooi. We pakken het noorden van Basse-Terre via de Route de la Traversee. Deze spectaculaire weg loopt door het 'Guadeloupe Parc National'.
Onze eerste stop is 'Cascade aux Ecrevisses', of volgens John 'weer een waterval'. We staan net op het wandelpad als de lucht open barst, de regen valt er echt met bakken uit. We schuilen onder een aantal grote bladeren, die wij om dopen tot paraplu planten. John staat een hele tijd prima, tot een van de mega-bladeren vol is gelopen en kiept... in zijn nek. Na deze korte maar hevige onderbreking wandelen we door, de waterval is mooier van kleur maar minder spectaculair qua hoogte. Bij terugkomst zien we busladingen vol zich klaarmaken voor deze wandeling, gelukkig zijn we net op tijd geweest. Iets verderop ligt 'Maison de la Foret', hier staat een bezoekerscentrum dat helaas gesloten is maar er is wel een wandelpad vol informatie, natuurlijk in het frans.
Na Basse Terre doorgestoken te zijn laten we de natuur voor wat het is en we gaan over op cultuur. Bij Maison de Cacao krijgen veel info over de teelt, productie en de geschiedenis van de cacao. En na afloop mogen we proeven, altijd leuk en lekkerrrrrr. Via Deshaies, waar we voor anker hebben gelegen, rijden we naar het Rum museum in Bellevue. Hier wordt al drie eeuwen rum geproduceerd, men laat in het museum zien hoe dat gaat en natuurlijk de geschiedenis rondom de rum van Guadeloupe. Ik moet gelijk aan de rumfactory in de Cape Verde denken, waar op een hele simpele manier rum wordt gemaakt. Toch blijft de werklijn hetzelfde, enkel is er een enorm verschil in efficiency en kwaliteit. In Guadeloupe maken ze vele soorten en smaken rum en we mogen ze allemaal proeven, o-la-la. Gelukkig is het van hieruit nog maar 10 minuten rijden.

Op dag drie nemen we de route over Grand Terre. We rijden langs kalkheuvels en boerengehuchten naar Port Louis waar we eerst naar het uitkijkpunt gaan en vervolgens een wandeling door de mangrove maken over een goed onderhouden pad. Voor ons heeft dit deel veel weg van Bonaire. Nadat we de benen hebben gestrekt rijden we door naar Noord Grand Terre waar we via Anse Bertrand doorrijden naar de Hellepoort en het grootste uitkijkpunt van dit franse eiland. De reis wordt vervolgd door het vrij vlakke land met landerijen en vergane molens. Daarna komen we op de zuidpunt, Pointe des Chateaux, een ruige kaap waar de Atlantisch golven op kapot beuken. Erg indrukwekkend als je het vergelijkt met de lievelijk strandjes met zijn riffen, maar ook hier maken wij de vergelijking met 'ons' Bonaire en het lijkt veel op de ruige oostkust daar. In St Francois, een klein havenplaatsje met een marina, genieten we van het uitzicht en zo maken we meerdere stops aan de zuidkant met als megaklapper Le Gosier. In Le Gosier, een badplaats die drukbezocht wordt, zien we 'Ilet du Gosier' met een vuurtoren, veel boten liggen hier voor anker. Het is een prachtig plaatje, maar we zien al gauw dat het geen rustige ankerplaats is.

Terug op JoHo laten we alle indrukken nog eens de revue passeren onder het genot van een kaasje en een wijntje. We kunnen terugkijken op drie prachtige dagen en we blijven erbij dat eerste dag de mooiste was.
De laatste dag gaan we in de ochtend naar Pointe-a-Pitre, deze stad die ook nog eens verschikkelijk stinkt is niet de moeite waard. In de middag gaan we inkopen, dus op naar de Carrefour en de Leader Price om de boot te bevoorraden. Mjummie. We zijn weer helemaal klaar voor de volgende eilanden.

Op 10 Januari worden onze zeilen weer eens lekker uitgeschud en zeilen we met een mooie 10-15 knopen halve wind naar Antigua. 40Nm in 7 uur is het resultaat, prima wind, de golven zijn rustig en het was een mooie zeildag. In de middag komen we aan in Falmouth Bay, waar weer oude bekenden, weer vrienden, liggen (Sam en Adrian van SY Blue Moon). Bij de diverse happy hours praten we helemaal bij.
Falmouth Bay ligt op loopt afstand van Nelson's Dockyard National Park. Dit was in de 17e en 18e eeuw de grootste Britse marinebasis in de Carieb. Nelson was hier tegen zijn wil gestationeerd om de Navigation Act, die planters en kooplieden verbood handel te drijven met de USA, door te voeren. Het National Park is helemaal gerestaureerd en heeft een museum. Wij vonden het een echte aanrader, een stukje historie in de Carieb.

Na een paar dagen kriebelt het weer en wordt het tijd om verder te gaan. We maken nog een stop in The Cove bij Jolly Harbour met zijn prachtige melkachtig-blauw water voordat we doorzeilen naar Barbuda. Barbuda doen we in een korte dagtocht, weer prima zeilweer. Het eiland is prachtig en we dopen het om in 'Beach Island', we genieten van dit mooie eiland. Niet veel boten doen het aan, voor ons een reden te meer om hier te stoppen. De ankerplaats is minder, het rolt behoorlijk, dit komt voornamelijk doordat de wind het helemaal laat afweten. Wij besluiten na een rollerige nacht het bij twee dagen te houden en de komende nacht door te varen.
In de avond van vrijdag de 16e maart wordt zo de spinaker gehesen en zo varen we de nacht in. Afhankelijk van de snelheid en de koers die we kunnen zetten wordt het St Barths of St Maarten. Het blijft een vreemd idee om in de Carieb te zeilen met een spinaker en bijna geen wind. In de ochtend van de 12e komen we dan aan in St Martin, het franse gedeelte, we gingen wat sneller dan verwacht met die spinaker.
In St Maarten ankeren we in Baie de Grand-Case en blijven tot maandag liggen. In deze tijd ontmoeten we een bijzondere jonge dame (Shelley) uit Nederland, zij vaart alleen op haar zeilboot North Wind. Dit komt je niet vaak tegen, een solo zeilster. Wij worden uitgenodigd voor koffie en later die dag komt ze bij ons borrelen. Het wordt een latertje en reuze gezellig. Wij gaan haar zeker volgen.

Het is maandag 19 maart en we gaan op motor naar Baie de Marigot in St Martin voor de opening van de brug om 14.30 naar de Lagoon. We zijn erg vroeg en gooien in de baai het anker uit. Onder het genot van een lekker frans stokbrood en een drankje genieten we van de omgeving. We zien veel rode zeesterren op de bodem en het water is super helder. Om precies 14.30 gaat de brug open (on-frans), er komen zeven boten uit en er gaan vier boten in, waaronder JoHo.
Na de brug volgen we het kanaal en dat komt erg nauw. Buiten het kanaal is het erg ondiep en zelfs binnen de lijnen zien we de diepte soms teruglopen naar 1.9 meter. JoHo wordt aan de franse kant voor anker gegooid, die is namelijk gratis, de nederlandse kant vraagt absurd hoge prijzen voor ankeren en het passeren van de brug. Hier blijven we wel even, veel te doen, veel oude en nieuwe contacten, erg leuk en gezellig. Ook moeten we hier in St Maarten de beslissing nemen; wel of niet naar de BVI's voordat we terug gaan. Alle voors en tegens worden tegen elkaar afgezet, we zijn er nog niet uit.

Zo als vele andere eilanden heeft ook St Maarten een cruisersnet. Iedere ochtend om 07.30 worden het weerbericht, tweedehands spullen en allerlei aktiviteiten voor die dag weergegeven. Na het net horen we een hele bekende stem. Blijkt dat onze Amerikaanse vrienden Pat en Darnell van Island Dream hier zijn, die we voor het laatst vier jaar geleden in Florida hebben gezien. We hebben met hen een prachtige tijd in de Bahamas gehad. Het grappige is dat ze twee boten verderop liggen, maar we elkaar dus niet hebben gezien! Het wordt een hele happening, we worden voorgesteld aan hun vrienden waarmee ze vanuit de Dominicaanse Republiek hierheen zijn gezeild. Rene en Stacy van SY Pipe muh Bligh (hij nederlands, zij amerikaans, Deana en Troy van SY Storyville, later die week volgen nog andere zeilers.
De dagen die volgen zijn een groot feest. Uit eten met z'n allen, shoppen, sight-seeing en happy hours. Party like there is no tomorrow, zoals die Amerikanen dat zo mooi kunnen zeggen. We ontdekken zelfs een Shoarma tent, iets wat die amerikanen niet kennen. Het wordt een waar succes, om de dag wordt het een broodje Shoarma, de eigenaar kent ons al bij naam... Ik denk (lees: ben bang) dat we hier nog wel een tijdje liggen.
Als klapt op de vuurpijl komen we ook Seth en Jaime van SY Slapdash weer tegen, nu is de groep bijna compleet, wachten is op de nederlandse club jachten die we eigenlijk intussen wel hier hadden verwacht. Maar dat is het mooie van zeilen, eens kom je elkaar weer tegen.