Januari 2012

Na een bruisende start van het jaar zijn we druk met de voorbereiding van onze excusie naar het binnenland van Suriname samen met Maarten en Daan van SY Lola. Maar voordat we vertrekken nemen we eerst afscheid van Wouter en Saskia van SY Schorpioen. Ik denk dat we ze niet meer zullen zien tijdens onze reis want Wouter en Saskia moeten van de zomer in Nederland aankomen met hun boot, er moet weer geld worden verdiend. Jammer, het was erg gezellig.

3 januari stappen we met z'n vieren in onze gehuurde barrel, we hoeven nog net niet aan te trappelen. Zo rijden we Paramartibo uit, met Maarten aan het stuur, John als de verschrikkelijke bijrijder en Daan en ik op de achterbank als de gidsen van de dag.
Eerste stop, Nieuw-Amsterdam. Fort Nieuw-Amsterdam ligt op de splitsing van de Suriname- en de Commewijne rivier. Dit verdedigingsfort werd tussen 1734-1747 gebouwd, de aanleiding was een eerdere aanval van de Fransen op Fort Zeelandia in Paramaribo. We wandelen eerst langs de waterkant, die te bereiken is via rode bruggetjes. In de verte zien we een oud lichtschip waar we naar toe lopen en zo komen we toevallig (illegaal) in het Park van Fort Nieuw-Amsterdam. Het is prachtig bijgehouden en het 2e kruithuis is omringd met een gracht die vol waterleliesbladen (formaat super groot) ligt met hier en daar een lotus er tussen. De acoustiek in het kruithuis is eveneens geweldig en dan geeft onze Daan een uitvoering. Stil luisteren we naar haar stem, een intens kippevelmoment. Hiernaast valt er veel te bekijken en is het bezoek zeker de moeite waard.
Na dit eerste oudere historisch gedeelte gaan we op weg naar Marienburg, een voormalige suikerriet plantage en sinds 1880 eigendom van NHM (Nederlandsche Handels Maatschappij) die er een centrale suikerfabriek vestigde. De fabriek maakte behalve suikerriet ook rum, maar in 1986 werd de fabriek gesloten. Bij aankomst zien we dat alles in een vervallen staat verkeerd maar desondanks dat willen we het toch zien. We krijgen een rondleiding van meneer Soekardi, de enige echte levende rondlopende werknemer uit die tijd en hij vertelt in geuren en kleuren over het roerige bestaan van toen. Hij heeft zelf dus ook in de fabriek gewerkt en met zijn verhalen en fotoboeken krijgen we een indruk hoe het is geweest. Indrukwekkend.
Na Marienburg wagen we nog een poging om met onze gammele huurbak over een slechte kwaliteit weg richting Moengo te rijden maar na kilometers flink door elkaar te zijn gerammeld zijn we het na een uur beu. Komt ook bij dat Daan zwanger is en dan moet je zo-wie-zo wat voorzichtiger zijn. We rijden terug naar Paramaribo en krijgen dan een politie controlepost, waar we natuurlijk moeten stoppen. Deze controleposten zijn er om drugs en illegalen die via buurlanden in Suriname arriveren te onderscheppen.
Eenmaal terug verwerken we de dag onder het genot van een Djogo (=groot) Parbobier.

Onze excursie gaat met een 4 WD mini bus naar de Brownsberg. De Brownsberg wordt als volgt omschreven: de Brownsberg is een jungleparadijs binnen handbereik en zo ervaren we het ook. Het is amper 3 uur rijden en wij gaan in dit National Park in een hangmat overnachten, best spannend. Samen met de dagtour gaan we de berg op, de bergweg is smal en glibberig van de regenval van de laatste tijd. De bus kruipt naar boven naar het Mazaroniplateau.
Eenmaal boven in het kamp maken we ons klaar voor de eerste hike naar de Leo Falls. Tijdens het klaarmaken zien we een Surinaamse haas voorbij scharrelen nog eens 5 minuten later waggelt er een troep trompetvogels in hetzelfde stukje bos. Prachtige zwart blauwe met grijze vogels, ze lijken een beetje op kraanvogels. Onze dag kan al niet meer stuk. Tijdens onze wandeling vertelt onze gids Boyke veel over de jungle. Lianen hangend aan bomen, hoge boom kruinen, varens, fladderende fel blauwe vlinders, bloemen zo diep van kleur, deze schoonheid is onbeschrijfelijk.
Via een vrij inspannend bospad bereiken we de Leo Falls, maar het eerste wat we zien zijn de parasolmieren in colonie op de grond. Zij dragen kleine stukjes blad, 10x zo groot als zichzelf!) naar het nest, waar het fijngekauwd zal worden. Deze moes beschimmeld en dient dan als voedsel voor hun larven. De waterval is wel aardig, maar de omgeving eromheen indrukwekkend. Hier zien we parelmoer glanzende grote kevers, vleermuizen en een kaaiman. De geluiden van de jungle begeleiden ons weer op de terugweg omhoog naar het plateau.
Bij terugkomst volgt een warme lunch en daarna zetten we ons kamp op, het is even stoeien met onze hangmatten, vooral met de muggenetten. Maar in een mum van tijd hangen de slaapplaatsen als we worden geroepen. Er is een Brulaap gesignaleerd. We zien een jonkie met een roodbruine vacht. Hij is net zo nieuwgierig naar ons als wij naar hem. Hij springt van tak naar tak en verliest plots zijn balans en valt op de grond. Beduusd schud hij zijn hoofd en rent dan weer terug naar een ander veilig onderkomen.
Iets later nemen we afscheid van de dagtour en hebben we Boyke onze gids voor ons alleen. Hij brengt ons naar het uitkijkpunt over het Brokopondo stuwmeer. Rond de 5000 mensen moesten verhuizen voor de aanleg van dit stuwmeer. Er werden nieuwe dorpen gesticht en het stuwmeer was in 1964 klaar. Het stuwmeer levert stroom voor het bauxietcentrum Paranam en tegenwoordig (wegens efficientere machines in de industrie) ook voor de stad Paramaribo. Het uitzicht is geweldig, vanaf deze afstand zie je zelfs nog de boomtoppen van de verdronken bomen die als staken uit het stuwmeer steken.
De avond valt en het begint te miezeren, de jungle ontwaakt en vele geluiden vullen de lucht. De brulkikkers zijn de kampioenen of... Daan en ik vragen ons af of het toch onze brabantse jongens zijn die zoveel lawaai produceren op de achtergrond aan de bar. Filmen heeft geen zin, dus dan maar terug naar de bar, naar onze jongens. Nog even een potje sjoelen voor het slapen gaan en dan snel de hangmat in. De temperatuur daalt behoorlijk op de berg en de geluiden zijn immens. Vroeg in de ochtend regent het behoorlijk en wij blijven dus maar in onze hangmatten liggen, vandaag geen zonsopgang te zien in de jungle. Met laaghangende bewolking staan we later op, ontbijten en gaan daarna een ruim 4 uur durende wandeling naar de Mazaroni falls aan. Vandaag domineren de roofvogels de dag, zoals de Cara Cara. Het kleine grut wordt niet vergeten, beneden bij de falls zit een zwart groen kikkertje. De natuur blijft verbazen en het is jammer dat de jungle in Suriname wordt aangetast door landbouwgrond, illegale kap en gouddelven.

Op 10 januari komen Leo en Toos, John's ouders aan. Deze dag begint voor ons niet al te best. Als we terugkomen van de SY Lola blijkt dat we water binnen in de salon hebben. Na een korte inspectie proeven we dat het hier zoet water betreft. Al snel weten we dat onze totale watertank is leeggelopen (later blijkt door een gesprongen drukslang). Alles weg, !#?!!. Maar de reperatie zal moeten wachten totdat we terug zijn van Immigratie voor een nieuw visumstempel, dit moet iedere maand. Samen met Johan en Ciska van MV van Straelen pakken we een taxi en het is in een vloek en een zucht geregeld. In de middag domineert het repareren van het waterballet en in de avond zien we John's ouders na een lange vlucht bij hun hotel, wat ook niet zonder problemen verloopt, onze SMS-en komen kennelijk niet aan waardoor we even langs elkaar heen lopen. Gelukkig is Paramaribo niet zo groot...

De dagen die volgen staan in het teken van alle bezienswaardigheden en de sfeer van het land proeven, we beginnen in Paramaribo zelf. Fort Zeelandia is onze eerste stop. Dit prachtig gerestaureerde Fort geeft een kijkje in de geschiedenis van Suriname waaronder de slavenij, het bestaan in Suriname en de december moorden in 1982 die plaatsvonden tijdens het bewind van Bouterse. Een zwarte bladzijde voor Suriname, tegenstanders (15 personen) van het Bouterse regime werden op 8 december in het Fort vermoord. Nu is hij de democratisch gekozen president van het land, het collectief geheugen is kennelijk kort. Na het bezoek aan het Fort laten we even alles inzinken en wandelen we door het oude district van Paramaribo waar we indrukken opdoen aan de Waterkant.
Tussendoor nemen we afscheid van een aantal zeilers waaronder Daan en Maarten van SY Lola, we hopen elkaar later nog ergens te treffen onderweg.

John en Leo regelen een huurauto, best een aardige bak in vergelijking met de eerste. Laten we zeggen dat er ruimte genoeg aanwezig is. John begint met rijden en dat gebeurt in Suriname tegengesteld van Nederland, op z'n engels dus. Met regelmatig een stop rijden we naar Nieuw Nickerie, dit plaatsje ligt aan de grens met Brits Guyana.
Net voorbij Paramaribo langs de kust ligt Weg naar Zee, een hindoe-istisch bedevaartsoord. Enorme Hindoebeelden rijzen op aan de horizon, het geheel doet wat kitscherig aan. De meeste beelden zijn geschonken door rijke hindoe families uit Nederland.
We rijden door totdat we de brug over Saramacca oversteken, hier ergens moet het knusse Groningen liggen. We zijn al gewend dat er geen aanwijzingsborden langs de weg staan, daarom spreken we regelmatig een lokaal aan die ons weer op het goede pad zet met zijn aanwijzingen. Groningen is vernoemd naar de geboorteplaats van gouverneur Jan Wichers die in 1790 Fort Groningen bouwde. Wij stoppen op een lieflijk pleintje waar we een koffiepauze inlassen. De eigenaar heeft snel door dat we wel iets van de omgeving willen weten, hij komt met zijn computer aan en vertelt over de omgeving.
Alle infomatie verwerken we tijdens de rit door naar Coronie. In Coronie hebben we nog jungle maar zo gauw we de brug bij Wageningen over gaan komen we in de rijstvelden en savanne terecht. Uiteindelijk komen we aan bij de zeedijk in Nieuw Nickerie, de in jaren zestig aangelegde zeedijk die 7,5 kilometer lang is, hij doet ons een beetje aan de afsluitdijk denken. Tja, ons eindpunt is ietwat een anti-climax, niet echt om over naar huis te schrijven. Hierna volgt een lange saaie tocht terug naar Paramaribo, die met Leo aan het stuur wel erg soepeltjes en snel verloopt.

Zondag 15 januari, vandaag maken we er een wat rustiger dag van. In Lelydorp stoppen we, niet voor history maar voor de natuur. De vlindertuin is een van de vijftig vlinderboerderijen ter wereld. De opzet is leuk, je kunt op eigen gelegenheid rondlopen of met een gids mee. Wij doen het laatste als eerste. We krijgen uitleg of hoe de vlinders gekweekt worden en uiteindelijk verkocht aan dierentuinen en andere instellingen in Europa en de USA. We komen in de broedkamer waar de rupsen zich te goed doen aan groen en daarna volgt het popstadium. De poppen worden verkocht, zodat de vlinder kan uitkomen op zijn eindbestemming. We zijn er getuigen van dat er een vlinder net uit zijn pop hangt te drogen zodat die zijn vleugels kan gaan gebruiken. Mooi mooi mooi. In de kassen vliegen ze rond, alle kleuren en formaten, ze komen zelfs op je zitten. Dit is een aanrader voor iedereen die in Suriname is, je ziet zo een deel van de vrije natuur van wat dichterbij en dat maakt het daarbuiten juist zoveel realistischer.
Via een goede asfaltweg komen we in Santigron (zandgrond) een bosnegerdorp. Als we aankomen hebben we niet echt het gevoel dat we welkom zijn als we uitstappen. We lopen toch het dorp in en binnen een mum van tijd staat er iemand die ons (verplicht) wil rondleiden tegen een vrij hoog bedrag. We lopen langs het dorpshoofd voor toestemming en die geeft aan geen interesse in de Bakra's (scheldwoord voor blanken) te hebben. Het dorp heeft de traditionele houten hutten en sinds een tijdje ook stenen huizen. We krijgen een korte uitleg over het leven in Santigron, wat ons erg verwesterd schijnt. De tour duurt een klein half uurtje.
Als sluitstuk van deze zondag gaan we naar Domburg voor de lunch. Domburg is de officiele ankerplaats voor plezierjachten en hier is er op zondag altijd een gezellige Javaanse markt met lekker eten. Bij Rita's eten we en praten we bij met wat andere zeilers, al met al een geslaagde dag.

Nog een dagje toeren en dan zit het er weer op. Over de Wijdenboschbrug naar Fort Nieuw-Amsterdam, wij waren hier al met Maarten en Daan geweest. Zelfs een tweede keer is het genieten geblazen van dit Fort. Een uurtje in de buitenlucht en we stappen onze bolide weer in om naar Marienburg te rijden waar we een corjaal, een tentboot over de Commewijnerivier pakken naar Frederiksdorp. Frederiksdorp is de best onderhouden plantage in Suriname en doet nu dienst als hotel en restaurant. We lopen over het terrein van Frederiksdorp en wandelen over een drassig weggetje naar Johan en Margaretha, een klein dorpje waar een tamme Capibara of wel een waterzwijn (zeer groot uitziende cavia) rondloopt. Ik vind ze reuze grappig met hun stekelige vacht en hun zwemvliezen aan de poten. We lopen over hetzelfde weggetje terug, tijd voor de lunch bij mevrouw Hagemeijer in Frederiksdorp. John praat er nog over, wat was die maaltijd geweldig.
Uiteindelijk worden we weer via de corjaal terug gebracht naar de andere kant, tijdens deze tocht zien we een groep kleine dolfijnen, hoezo geluk, dat zie je niet elke dag op de rivier. Nog een laatste plantage voordat we terugrijden en dat wordt de Peperpot, maar helaas voor ons is die dicht en daar laten we dan ook bij voor vandaag.

De paar dagen die nog volgen voordat Leo en Toos terugvliegen besteden we aan relaxen, zwemmen, wandelen en gezellig uit eten. Op donderdag 19 januari nemen we weer afscheid voor een lange tijd van elkaar, wat gaat het toch altijd snel. We hebben genoten en we hopen Leo en Toos ook.

JoHo wordt na een lange tijd (bijna 2 maanden) weer onderhanden genomen en we maken haar weer klaar voor vertrek. Het vertrek komt sneller dan we in gedachten hadden want er is een prachtig weervenster waar we wel gebruik van willen maken. Na alle horrorverhalen over het weer en de golven van onze voorgangers naar de Carieb willen wij een rustige overtocht, ook omdat wij nog veel hoger gaan varen en dus nog meer last van slecht weer zullen hebben.
23 Januari checken we uit, die avond nemen we afscheid van onze vrienden Johan en Ciska van MV van Straelen. Zij vereren ons met een van Straelenbeker, we hopen elkaar ergens in de Carieb weer tegen te komen. Voorlopig zal dat er niet in zitten, zij hebben een huis gekocht in Suriname en moeten daar eerst mee aan de slag (en Johan dacht nog wel klaar te zijn met werken).

Wij zeggen dag tegen Suriname, bedankt voor de mooie tijd we zullen nog vaak aan dit land terugdenken, we love Su. Het is dinsdag 24 januari, het juiste tijdsein is 07.35 als we ankerop gaan en met de stroming mee de Surinamerivier afst(r)omen. We genieten nog een laatste keer van al het prachtige groen achter ons.
Dan komen we op de Atlantische waar een gemoedelijke swell staat, inderdaad weinig wind waardoor we niet al te snel gaan, maar comfort staat voorop. Het blijft twee dagen prachtig dan slaat het al om, veel eerder dan eerst aangegeven. De wind wakkert plots aan, het lijkt wel een bui, maar de windmeter geeft bijna een halve dag constant 35 knopen aan. Waar veel wind daar natuurlijk ook hoge golven.
Ik ben dus te laat met de zeeziektepillen, voel me verschikkelijk slecht en moet ineens aan onze katten denken. Als zij het zwaar hadden aan boord, gooide zij zich in een slaapcoma. Wat zij kunnen kan ik ook, liggend op de bank in de salon half in coma, slapend heb ik de tijd door gebracht. Het helpt. Helaas wel voor John die buiten wacht liep en regelmatig een nat pak te pakken had van de regen of de overkomende golven. Ondanks alle narigheid komen we op Barbados aan na ruim 4 dagen. Niet slecht als je weet dat er maar weinig het redden tegen stroming en wind vanuit Suriname naar Barbados te komen. Dus we zijn er en worden meteen verrast als we de catamaran Slapdash zien liggen. Jaime en Seth, die we nog van onze zeiltijd in Bahamas en de Keys kennen uit 2008 zijn de laatste vier jaar rond gezeild en hebben dus genoeg te vertellen.