Het is moeilijk het besluit te nemen dat we Bermuda gaan verlaten, we hebben het hier reuze naar ons zin. Maar langzamerhand wordt het toch tijd verder te gaan. De laatste dagen in Bermuda besteden we met het checken van informatie over Bermuda voor onze pilot en natuurlijk wat gezelligheid. Diny en Cor van de Nostos komen bij ons aan boord BBQ'en en de laatste avond borrelen we nog even op de Moana met Marc en Heather. Allemaal reuze gezellig.
Op 4 juni staan
we 's ochtens vroeg om 8 uur al bij customs en immigration om uit te checken.
Daarna nog even onze laatste Bermuda dollars besteden aan boodschappen en snel
terug naar JoHo. Alles stormvast zetten, dat is bij ons aan boord standaard
sinds 2001. Dinghy ophangen. Gaan.
We zijn net de baai van St George uit of we zien een TallShip, een van de velen
die aankomende dagen Bermuda zullen aandoen. Dit i.v.m. het 400 jarig bestaan
van Bermuda.
De eerste vier dagen hebben we prachtwind en een vlakke zee, JoHo gaat als een
dolle met gemiddeld 7 knopen en soms tikt ze zelfs even de 8 knopen aan. We
wennen langzaam weer aan de gang van zaken aan boord een zeilend schip. Overdag
kijken we om beurt naar wat er om ons heen gebeurd en 's nachts houden we 2-uurs
wachten. Ook koken, schoonmaken en repareren van spullen gaat zo goed als het
kan door.
Het is 8 juni als het weer plotseling omslaat, de wind is een halve dag weg,
draait naar oost, maar neemt dan snel goed in kracht toe en de zee bouwt ongelofelijk
snel op. Ik houd mijn zeeziekte met pillen onder controle. Al snel worden de
zeilen gereefd tot kleine postzegels en nog gaan we 6 knopen vooruit, eerst
nog oostenwind, later noord en gaan we weer de goede richting in. Dat gaat zo
door tot 16 juni, als plots de wind weer weg is, we hebben nog zo'n 200 mijl
te gaan. Onze motor heeft kuren bij het starten maar als ze eenmaal loopt gaat
het redelijk totdat ze weer warm loopt. Zo komen we al sleutelend steeds dichter
bij Flores op de Azoren. De zee is als een spiegeltje en we worden al sinds
Bermuda omringt door vier Jan-van-Gent vogels, ik zweer dat het dezelfde zijn.
Eindelijk zien we ook na zoveel jaar varen dan een walvis, en wel de voor jachten
gevaarlijke Sperm Whale, behoorlijk dicht bij de boot (zo'n 30 meter). Ook de
dolfijnen komen regelmatig spelen rondom onze boeg. Deze dolfijnen hebben een
lichte buik en als je geluidjes maakt kijken ze je aan, omhoog vanuit het water.
Op dag veertien, 18 juni, komen we met horten en stoten aan in Lages een dorpje
op Flores. Onze motor heeft nu echt kuren en wil vlak voor Flores al helemaal
niet meer starten, we plaatsen onze 2 pk dinghy buitenboordmotor aan de trap
op het zwemplateau van JoHo en gaan maar liefst 1,8 nm vooruit. Maar beter iets
dan niets. Uiteindelijk krijgt John de motor weer aan de praat. We zijn dolgelukkig
als we in het overvolle Lages naar een ankerplaatsje vinden, helaas ligt deze
ankerplaats erg open.
Doodop kruipen
onze bedden, ik slaap vrij onrustig omdat de wind komt opzetten en -jawel- van
de verkeerde kant begint te waaien. In de ochtend zijn we druk bezig in een
flink op en neer gaande JoHo door de hoge swell die er staat. John probeert
de motor weer in orde te krijgen en ik begin met opruimen en schoonmaken. Bij
verdere inspecties zien we dat het achter-onderwant is gebroken, minder goed
nieuws. Het is in de middag en bijna niet meer uit te houden op JoHo door het
rollen en we moeten ook nog aan de kant voor boodschapen en spullen om het want
tijdelijk te reparen. Na twee uur te hebben doorgebracht in het middeleeuws
dopje Lages -het is werkelijk terug in de tijd- komen we terug en zien dat de
swell in de baai er veel erger op is geworden. We kunnen ons wel voor het hoofd
slaan dat we na Bermuda niet gewoon zijn teruggegaan naar de USA. In de Azoren
is alles grijs en grauw en de temperatuur komt niet boven de 18 graden celcius
uit.
Dan blijkt dat deze ankerplaats levensgevaarlijk wordt en moeten we direct vertrekken.
Ik wordt overvallen door acute zeeziekte en John probeert ons want onder het
varen nog snel tijdelijk te repareren. Gelukkig start de motor na wat doorstarten
en varen we op motor uit, er kan namelijk geen zeil worden gezet totdat het
want gerepareerd is. Ik blijf er bij tot John klaar is met het want, daarna
stort ik volledig in, mij zie je die nacht niet meer en John moet het helemaal
alleen doen.
Het is 21 juni
en het eiland Faial komt in zicht, maar als we nog een hoekje van het eiland
moeten ronden is de wind weer verdwenen. De motor start pas na meerder malen
proberen en loopt deze keer binnen 5 minuten warm. We kruisen onze vingers en
hopen dat we de haven van Horta kunnen halen. Spannend moment, we varen de haven
binnen en halverwege stopt de motor ermee, maar het anker wordt uitgegooid en
we liggen. John doet nog een laatste reanimeer poging om de motor aan de praat
te krijgen maar helaas. Na grondige inspectie en bellen met John's paps in Nederland
is er maar een conclusie mogelijk, onze motor is overleden.
Twee dagen later worden we de Marina van Horta binnengesleept, het weer bericht
ziet er slecht uit en we moeten op zoek naar een andere motor, reparatie loont
niet meer.
Slecht nieuws
dus, maar gelukkig is het een groot feest aan de kade in Horta. We ontmoeten
Edith en Renzo van de trimaran Equinox, Geertje en Ton die de Christina afleveren
in Spanje en de bekende Nostos met Diny en Cor. We houden BBQ's op de kade die
tot diep in de nacht doorgaan en borrelen regelmatig met z'n allen in de bar.
We likken onze wonden en feesten gezellig mee.
Op St.John's day gaan we met z'n allen in een taxi naar de krater waar de St.John's
Kerk staat. Veel wijn en lekkere lokale hapjes en af en toe een folklore dans
er tussendoor, maar met teveel drank en laat in de nacht is mijn John geen St.
meer...
Later in de week mogen we crew spelen samen met Gerrit en Nathalie (vrienden
van Edith en Renzo die een weekje over zijn gevlogen) op de Equinox, een 37
foot race-trimaran tijdens de Horta Regatta. Wij kijken onze ogen uit, wat een
lijnen en waar zijn ze toch allemaal voor. Van Dreamteam veranderen we in Kneuzenteam
maar een lol dat we hebben. We worden derde en praat maar niet meer over de
hoeveelheid lijnen. John krijgt daar namelijk nachtmerries van.
Dan hebben we twee dagen later, op 28 juni de prijsuitreiking. In het Equinox-thuis shirt (roze!) treden we met zessen aan. We krijgen een erg goed verzorgde avond, prachtig gedekte tafels met lokale hapje en (weer) heel veel drank. De captains krijgen een Horta zeilboek en een schildje. Ook de Nostos en de Feeks met Vader Ben en Zoon Marcel en Mi Dushie met Angela en Henk zijn aanwezig. Een dolle Hollandse bende. Na afloop vieren we het in de marina bar nog eventjes na....
Afscheid nemen valt altijd zwaar, eerst vertrekt de Christina en daarna de Equinox. Gelukkig zijn de Nostos, Feeks en Mi Dushie er nog wel, maar niet lang meer. Het wordt trouwens ook wel eens tijd dat we aan JoHo gaan werken. De nieuwe motor is besteld, een internet-zoekaktie leidt ons naar een Nederlands bedrijf, Pemar Boats die een motor mariniseerd (obv een 4-cylinder Isuzu-blok) en verkoopt voor een heeel aantrekkelijke prijs. We hopen deze binnen twee weken te hebben en in een week te hebben ingebouwd. John is langzaam begonnen de 36 jaar oude Perkins te ontmantelen om deze eruit te kunnen halen. Het werd inderdaad tijd voor een andere, alles lekt en is zo rot als een mispel.