JUNI 2009

Het is moeilijk het besluit te nemen dat we Bermuda gaan verlaten, we hebben het hier reuze naar ons zin. Maar langzamerhand wordt het toch tijd verder te gaan. De laatste dagen in Bermuda besteden we met het checken van informatie over Bermuda voor onze pilot en natuurlijk wat gezelligheid. Diny en Cor van de Nostos komen bij ons aan boord BBQ'en en de laatste avond borrelen we nog even op de Moana met Marc en Heather. Allemaal reuze gezellig.

Op 4 juni staan we 's ochtens vroeg om 8 uur al bij customs en immigration om uit te checken. Daarna nog even onze laatste Bermuda dollars besteden aan boodschappen en snel terug naar JoHo. Alles stormvast zetten, dat is bij ons aan boord standaard sinds 2001. Dinghy ophangen. Gaan.
We zijn net de baai van St George uit of we zien een TallShip, een van de velen die aankomende dagen Bermuda zullen aandoen. Dit i.v.m. het 400 jarig bestaan van Bermuda.
De eerste vier dagen hebben we prachtwind en een vlakke zee, JoHo gaat als een dolle met gemiddeld 7 knopen en soms tikt ze zelfs even de 8 knopen aan. We wennen langzaam weer aan de gang van zaken aan boord een zeilend schip. Overdag kijken we om beurt naar wat er om ons heen gebeurd en 's nachts houden we 2-uurs wachten. Ook koken, schoonmaken en repareren van spullen gaat zo goed als het kan door.
Het is 8 juni als het weer plotseling omslaat, de wind is een halve dag weg, draait naar oost, maar neemt dan snel goed in kracht toe en de zee bouwt ongelofelijk snel op. Ik houd mijn zeeziekte met pillen onder controle. Al snel worden de zeilen gereefd tot kleine postzegels en nog gaan we 6 knopen vooruit, eerst nog oostenwind, later noord en gaan we weer de goede richting in. Dat gaat zo door tot 16 juni, als plots de wind weer weg is, we hebben nog zo'n 200 mijl te gaan. Onze motor heeft kuren bij het starten maar als ze eenmaal loopt gaat het redelijk totdat ze weer warm loopt. Zo komen we al sleutelend steeds dichter bij Flores op de Azoren. De zee is als een spiegeltje en we worden al sinds Bermuda omringt door vier Jan-van-Gent vogels, ik zweer dat het dezelfde zijn. Eindelijk zien we ook na zoveel jaar varen dan een walvis, en wel de voor jachten gevaarlijke Sperm Whale, behoorlijk dicht bij de boot (zo'n 30 meter). Ook de dolfijnen komen regelmatig spelen rondom onze boeg. Deze dolfijnen hebben een lichte buik en als je geluidjes maakt kijken ze je aan, omhoog vanuit het water.
Op dag veertien, 18 juni, komen we met horten en stoten aan in Lages een dorpje op Flores. Onze motor heeft nu echt kuren en wil vlak voor Flores al helemaal niet meer starten, we plaatsen onze 2 pk dinghy buitenboordmotor aan de trap op het zwemplateau van JoHo en gaan maar liefst 1,8 nm vooruit. Maar beter iets dan niets. Uiteindelijk krijgt John de motor weer aan de praat. We zijn dolgelukkig als we in het overvolle Lages naar een ankerplaatsje vinden, helaas ligt deze ankerplaats erg open.

Doodop kruipen onze bedden, ik slaap vrij onrustig omdat de wind komt opzetten en -jawel- van de verkeerde kant begint te waaien. In de ochtend zijn we druk bezig in een flink op en neer gaande JoHo door de hoge swell die er staat. John probeert de motor weer in orde te krijgen en ik begin met opruimen en schoonmaken. Bij verdere inspecties zien we dat het achter-onderwant is gebroken, minder goed nieuws. Het is in de middag en bijna niet meer uit te houden op JoHo door het rollen en we moeten ook nog aan de kant voor boodschapen en spullen om het want tijdelijk te reparen. Na twee uur te hebben doorgebracht in het middeleeuws dopje Lages -het is werkelijk terug in de tijd- komen we terug en zien dat de swell in de baai er veel erger op is geworden. We kunnen ons wel voor het hoofd slaan dat we na Bermuda niet gewoon zijn teruggegaan naar de USA. In de Azoren is alles grijs en grauw en de temperatuur komt niet boven de 18 graden celcius uit.
Dan blijkt dat deze ankerplaats levensgevaarlijk wordt en moeten we direct vertrekken. Ik wordt overvallen door acute zeeziekte en John probeert ons want onder het varen nog snel tijdelijk te repareren. Gelukkig start de motor na wat doorstarten en varen we op motor uit, er kan namelijk geen zeil worden gezet totdat het want gerepareerd is. Ik blijf er bij tot John klaar is met het want, daarna stort ik volledig in, mij zie je die nacht niet meer en John moet het helemaal alleen doen.

Het is 21 juni en het eiland Faial komt in zicht, maar als we nog een hoekje van het eiland moeten ronden is de wind weer verdwenen. De motor start pas na meerder malen proberen en loopt deze keer binnen 5 minuten warm. We kruisen onze vingers en hopen dat we de haven van Horta kunnen halen. Spannend moment, we varen de haven binnen en halverwege stopt de motor ermee, maar het anker wordt uitgegooid en we liggen. John doet nog een laatste reanimeer poging om de motor aan de praat te krijgen maar helaas. Na grondige inspectie en bellen met John's paps in Nederland is er maar een conclusie mogelijk, onze motor is overleden.
Twee dagen later worden we de Marina van Horta binnengesleept, het weer bericht ziet er slecht uit en we moeten op zoek naar een andere motor, reparatie loont niet meer.

Slecht nieuws dus, maar gelukkig is het een groot feest aan de kade in Horta. We ontmoeten Edith en Renzo van de trimaran Equinox, Geertje en Ton die de Christina afleveren in Spanje en de bekende Nostos met Diny en Cor. We houden BBQ's op de kade die tot diep in de nacht doorgaan en borrelen regelmatig met z'n allen in de bar. We likken onze wonden en feesten gezellig mee.
Op St.John's day gaan we met z'n allen in een taxi naar de krater waar de St.John's Kerk staat. Veel wijn en lekkere lokale hapjes en af en toe een folklore dans er tussendoor, maar met teveel drank en laat in de nacht is mijn John geen St. meer...
Later in de week mogen we crew spelen samen met Gerrit en Nathalie (vrienden van Edith en Renzo die een weekje over zijn gevlogen) op de Equinox, een 37 foot race-trimaran tijdens de Horta Regatta. Wij kijken onze ogen uit, wat een lijnen en waar zijn ze toch allemaal voor. Van Dreamteam veranderen we in Kneuzenteam maar een lol dat we hebben. We worden derde en praat maar niet meer over de hoeveelheid lijnen. John krijgt daar namelijk nachtmerries van.

Dan hebben we twee dagen later, op 28 juni de prijsuitreiking. In het Equinox-thuis shirt (roze!) treden we met zessen aan. We krijgen een erg goed verzorgde avond, prachtig gedekte tafels met lokale hapje en (weer) heel veel drank. De captains krijgen een Horta zeilboek en een schildje. Ook de Nostos en de Feeks met Vader Ben en Zoon Marcel en Mi Dushie met Angela en Henk zijn aanwezig. Een dolle Hollandse bende. Na afloop vieren we het in de marina bar nog eventjes na....

Afscheid nemen valt altijd zwaar, eerst vertrekt de Christina en daarna de Equinox. Gelukkig zijn de Nostos, Feeks en Mi Dushie er nog wel, maar niet lang meer. Het wordt trouwens ook wel eens tijd dat we aan JoHo gaan werken. De nieuwe motor is besteld, een internet-zoekaktie leidt ons naar een Nederlands bedrijf, Pemar Boats die een motor mariniseerd (obv een 4-cylinder Isuzu-blok) en verkoopt voor een heeel aantrekkelijke prijs. We hopen deze binnen twee weken te hebben en in een week te hebben ingebouwd. John is langzaam begonnen de 36 jaar oude Perkins te ontmantelen om deze eruit te kunnen halen. Het werd inderdaad tijd voor een andere, alles lekt en is zo rot als een mispel.