De dag van
vertrek is daar, we hebben nog veel op het laatste moment moeten regelen maar
alles is gelukt. Het enige verschil met andere keren is dat we voor het eerst
zonder de katten reizen, wat alles wel een stuk gemakkelijker maakt. Maar wie
weet wat we in de toekomst nog tegenkomen.
Weersomstandigheden zorgen er voor dat we met een behoorlijke vertraging van
Schiphol vertrekken, hierdoor wordt onze overstap in Dublin erg krap. De dames
van Air Lingus bieden uitkomst, we worden tijdens de landing zo snel mogelijk
naar voren gedirigeerd. We zitten nu op hun plaats bij de deur zodat we als
eerst kunnen uitstappen. Onze connecting flight naar Orlando staat al klaar,
nu maar hopen dat onze bagage het ook op tijd redt. Dat merken we dan wel in
Orlando.
De vlucht is wat aan de onrustige kant, er is veel turbelentie wat veroorzaakt
wordt door stormen aan de Oostkust van de USA. Zelfs de landing in Orlando gaat
moeizaam. Nog nooit was mijn maag van streek tijdens het vliegen. Het blijft
gelukkig wel bij een opstandige maag.
Het duurt even voordat we door de burocratische mallemolen heen zijn en met
ons visum mogen we weer 6 maanden blijven. Niet dat we dat willen. Al met al
verliep alles soepel, 2 uur na onze landing staan we met onze huurauto al voor
het hotel om in te checken. Voor het slapen gaan doen we nog wat boodschappen
bij de Walmart (een supergrote supermarkt die alles verkoopt) zodat we de volgende
dag bijtijds richting Glade Boat Storage in Moore Haven kunnen rijden.
De 15e is een
spannende dag, vandaag zien we onze boot weer. Hoe zal JoHo het er hebben afgebracht
het afgelopen jaar op de standplaats op land, in het vochtig Florida. We melden
ons bij de receptie, nu mogen we officieel op onze boot. John zet de ladder
tegen de zijkant en klimt omhoog en zijn reactie zegt genoeg. Dit wordt een
behoorlijke klus. JoHo ziet er verschikkelijk uit en er huizen allerlei soorten
gespuis, van kikkers tot mieren, die moeten we eerst uitgeleide doen. Slapen
doen we vannacht wel in de auto.
De buitenkant wordt door John en Glades John (een aardige, kundige!, hardwerkende
Amerikaan) onderhanden genomen. Ik heb de schone taak alles aan de binnenkant
en op het dek in orde te brengen. Met emmertjes water wordt er schoongemaakt,
erg tijdrovend en omslachtig maar zo wordt de nieuw geverfde romp niet aangetast.
Zo bikkelen we negen lange dagen door, met als eindrestultaat een bijna nieuwe
boot.
Op mijn verjaardag
(23 april) gaat JoHo te water, maar dit wil nog niet zeggen dat we klaar zijn
met al onze klussen. De rest doen we wel als we voor anker liggen. Het blijft
altijd een spannend moment als een boot na een lange tijd op het land te hebben
gestaan het water in gaat. Joho heeft al een grondige inspectie van John gehad
maar nu komt het moment supreme, komt er ergens water binnen en zo ja waar?
Gelukkig kunnen we zeggen dat alles volgens plan verloopt, geen vreemde dingen.
We blijven nog een dag of wat op anker voor Glades Boat Storage liggen om JoHo
geheel op te bouwen. Binnen een dag zitten de zeilen weer op zijn plaats, zijn
de zonnenpanellen en de windgenerator geplaatst, en wat niet werkt wordt onderhanden
genomen. Alles werkt weer als voorheen, nog nooit is alles zo voorspoedig verlopen.
Heerlijk.
Tijd om de plannen te bespreken, willen we via Lake Okeechobee naar de St Lucia Waterway of toch via Fort Meyers and de Keys naar de oostkant van Florida. Bij de prachtige inlandse route via Lake Okeechobee zit wel een minpuntje, er is namelijk een brug van 49 feet waar JoHo met een masthoogte van 51 feet (plus antenne) wel onderdoor moet. De plus is dat we sneller aan de oostkant zijn. Ik krijg er al slapeloze nachten van als ik er aan denk hoe we dat gaan doen. Volgens John is de truc overhellen naar een kant waardoor we schuin gaan en hij heeft ook al een idee hoe hij dat wil gaan doen. Wordt vervolgd......
JoHo brengt
ons de volgende dagen (helaas met hindernissen) van de westkant dwars door Florida
naar de oostkant. We hebben gekozen om de Okeechobee Waterways te pakken. We
vertrekken met goede moed en varen over het Caloosahatchee kanaal naar de eerste
sluis in Moore Haven. Amper anderhalf uur na de start loopt onze motor warm,
dus anker uit, wachten tot de motor is afgekoeld en John bekijkt het probleem.
Geen probleem, we relaxen wat met een boekje erbij en daarna gaan we weer van
start. Maar als ons dit vier keer overkomt na de sluis, in een smal kanaal,
met bijna geen ankermogelijkheden wordt je daar toch echt niet vrolijk van.
Voor het donker wordt leggen we aan tussen mooringpalen bij Clewiston, John
aan het werk aan de motor en het euvel wordt snel gevonden, de rubber koel-impeller
is kapot.
Niet getreurd, we hebben altijd genoeg reserve spullen aan boord, dus ook een
impeller.
Dag twee begint goed, het ziet er naar uit dat het probleem werkelijk is opgelost en we varen langs de betonning het Okeechobee meer op. Maar de vreugde is voor korte duur, de motor loopt weer warm, al is het niet heet. Als we de betonning voorbij zijn zetten we onze zeilen maar op. Dankzij de oostenwind zeilen we mooi en hoog aan de wind naar Port Mayaca waar de volgende sluis op ons ligt te wachten. Na de sluis gaan we weer aan de mooringpalen voor de nacht liggen. John priegelt nog wat aan de motor en daarna gaan we met onze dinghy op verkenning uit. Nog geen mijl verder ligt de beruchte lage spoorbrug waar we morgen onderdoor moeten. Tja vanuit een dinghy ziet het er toch heel anders uit. De hoogte is niet in te schatten en er staat geen enkele diepte aanduidingsborden bij de brug.
Na een wat
onrustige nacht beginnen we aan het spannendste gedeelte van de dag. Binnenin
wordt alles zoveel mogelijk verschoven naar bakboord. John staat buiten emmers
te vullen met water die hij weer aan het einde van de boom hangt die ook aan
bakboord wordt uitgehangen. JoHo helt inderdaad een beetje over, hopelijk is
het genoeg. Met de zon voor ons wordt het zicht aardig belemmerd. Ik sta op
de uitkijk en pas op het aller laatste moment zij ik dat JoHo het gaat redden.
Het kan net. Achter ons klinkt een klein applaus van twee Amerikaanse motorboten,
zij werden gratis getrakteerd op een spannende show. Zij hadden niet gedacht
dat we het zouden redden. Ik moet zeggen dat het wel heel veel sensatie in een
keer was.
We varen (met alweer een vrij warme motor) naar de St Lucie sluis waar we stoppen.
In een van de slips ligt Seaduction, een kopie Gulfstar 41 met de Canadezen
Jim en Carol-Anne aan boord die wij al eens eerder hebben ontmoet in de Bahamas.
Om precies te zijn in Nassau iets meer dan een jaar geleden. Zij hebben hull
nummer 16 en wij nummer 13. Zij herkennen ons en met hun buren (motorboot Two
Cats to) gaan we uit eten. We vertellen ze onze plannen en zij bieden spontaan
hun auto aan zodat we de bestelde spullen in West Palm Beach kunnen op halen,
geweldig natuurlijk.
Na een dagje toeren met de auto nemen we afscheid van deze lieve mensen en gaan we verder. Maar dit gaat weer niet zonder slag of stoot. Bij het starten van de motor begeeft nu onze startaccu het..... Dat wordt wisselen en twee uur wachten voordat de sluis opnieuw wordt geschut. Twee uur later ligt JoHo dan eindelijk in de St Lucie sluis en wordt zo'n 2,5 meter geschut naar zeenivo. Rustig varen we dan naar Stuart waar we een prachtig ankerplaats vinden. Hier gaan we JoHo verder in orde maken voor de reis naar Bermuda.
Deze trip over de Okeechobee Waterway is ons niet zo goed bevallen, de boot is te groot, log en past overal zo nauw tussen dat we dit dus niet nog eens doen.