SEPTEMBER 2007

Vanuit Nassau zeilen we in een lange rak terug naar Lynyard Cay, een nachtelijke oversteek die in de ochtend behoorlijk rollerig is nadat de wind wegvalt. Het is super warm en zijn blij als we in Lynyard kunnen afkoelen op een van de verlaten strandjes. Als we terug naar JoHo willen gaan komt er een dinghy langs met daarin zes honden (!!!) en twee personen. De honden zien ons en springen spontaan in het water, de eigenaren (Andy en vriendin) komen naar ons toe om de honden terug te fluiten, maar de goede beestjes hebben geen zin. We babbelen wat met Andy en spreken af als we in Marsh Harbour zijn dat we bij ze aan komen waaien.
Later op de middag krijgen we een onweersstorm over ons heen, het anker houdt het niet en we besluiten anker op te gaan en verder te varen. Op motor varen we langs de ondieptes en komen uit bij Lubbers Quarters Cay net voor het donker wordt.

In plaats van de volgende dag direct naar Marsh Harbour te gaan, pakken we nog een extra zwemdagje. Met hoog water varen we langs Lubbers Quarters omhoog, bij Elbow cay stoppen we. Het is een prachtige route, er staan vele huizen langs de waterkant met luxe motoryachten. De tuinen zijn goed bijgehouden, het geheel is een plaatje voor het oog.
De dag wordt doorgebracht met lezen en zwemmen en eind van de middag krijgen we bezoek van Manny en Claire, die we al eerder ontmoetten. Die middag is het een dolle boel, buiten gezellig babbelen (en borrelen) wordt er ook gespeeld met een surfplank (met z'n hoevelen kunnen we blijven staan als je rond de 20 knopen gaat) en een surfboard waar je met je knieen in moet. John denkt nog een jonge Adonis te zijn en blesseert zijn knie als-ie er met 30 knopen snelheid letterlijk afstuitert. Doodop sluiten we de dag af, maar we hebben genoten.

De week die volgt hebben we het verschikkelijk druk met onze sociale contacten. Nick komt verscheidene keren in de avond aan, we zien Andy en Karen weer en worden samen met Nick uitgenodigd bij haar huis voor een diner. Andy is niet echt populair bij de rest van de zeilers, ons inziens gewoon een attitude-probleem, maar wij proberen niet tussen beide partijen in te komen zitten. Bij Andy thuis ontmoeten we nog een artistieke fransman (Marc), hij maakt sculpturen die hij in de lokale Bahamese shops verkoopt tegen erg hoge prijzen en zo in zijn levensonderhoud voorziet.
Verder komen Karen en Kevin van SY Windigo III op bezoek. Dit is een excentriek stel, zij hebben een hele moderne dinghy die ze voortbewegen door te fietsen, heel bijzonder.

Eind van de week vinden we het tijd om er even tussen uit te gaan. We vertrekken naar het party-eiland Great Guana Cay, we hebben met Pat en Darnell in Fisher's Bay afgesproken. Dit weerzien leidt in een gezellig avondje BBQ'en op JoHo en als voorafje hebben we vers door Pat en John gevangen kreeft (amerikaanse culinaire barbaren, klaargemaakt in de magnetron).
In de ochtend gaan John en Pat een stukje zwemmen en de dames zijn druk bezig met de huishoudelijke taken. De heren vangen niets maar worden wel door een intimiderende baracuda (niet alleen door zijn omvang) achtervolgd. De mannen zijn weer snel terug, ra ra....
De middag brengen we door in de hoge golven aan de andere kant van Great Guana, geweldig, ik maak zelfs een koprol onder water. Dan weet je wel hoe krachtig de zee is. De rest van de avond brengen we door in het zout water zwembad bij Grabbers onder het genot van een 'Frozen Grabber'. De volgende dag konden we aan de hand van de bekertje (9 stuks, 5 voor John en de rest voor mij) natellen hoeveel we op hadden en dat was best veel. Er gaat heeele zware donkere rum in de 'Frozen Grabber'. Het werd een heftig weekend. John heeft het aardig doorstaan maar ik ben twee hele dagen van slag geweest, ben ook niks gewend.

Op zondag besluiten we terug naar Marsh Harbour te gaan, ik was te ziek om nog een dagje te party'en. We hebben afscheid van Cindy en Eddie genomen (zij gaan terug naar de US) we zien elkaar weer in Vero Beach.
De rest van de week hebben we toch nog geklust, de gasten douche is bijna klaar. John heeft een regenwatersysteem gemaakt zodat we onze watertanken kunnen vullen met regenwater. De computers waren deze week ook weer eens aan de beurt, mijn computer moest nog worden geinstalleerd zodat we altijd een 'up to date' reserve computer hebben. Computers gaan snel kapot aan boord van een boot. Tussen de bedrijven door helpt John Hazel, een 76 jaar oude dame die alleen op een motorboot leeft. Haar dinghy motor heeft kuren en ze moet met de hond elke dag 2 keer naar de wal. Als de klus is geklaart helpt hij haar met ankeren van MV Lucky Hazel.
De avonden worden gevuld met borrelen, of bij SY Windigo of op JoHo, voor mij alcohol-vrije drankjes wel te verstaan. Ben even genezen.

Op zaterdag gaan we met Hazel, Kevin, Karen, Nick, John en mijzelf op MV Lucky Hazel naar Hope Town voor de herdenkingsdienst van Bob Toler. Bob Toler is de man in de Abaco's die het Abaco Cruisers Net op de VHF en de Barometer Bob website heeft opgezet. Dit om de cruisers en lokale bevolking te informeren over het weer en andere belangrijke zaken. Als eerbetoon gaan de overgebleven cruisers (en dat zijn er niet veel meer in deze tijd van het jaar) naar de herdenking. Zijn vrouw Pattie is de US-Consul in de Abaco's, haar grootouders waren Nederlands en toen zij ons herkende bedankte ze ons in een paar woordjes nederlands voor het komen. Heel ontroerend.
Na afloop maken we met onze groep nog een toer door Hope Town en de daarbij behorende vuurtoren. Het uitzicht is magnifiek.
We eten aan boord van MV Lucky Hazel, iedereen heeft wat eten en drinken meegenomen. Bij het ankeren in Marsh Harbour gaat er wat fout en beland er een dinghy-lijn in de schroef, John duikt onder MV Lucky Hazel en verwijderd de lijn. Ons manneke blijft een bezig bijtje.

De volgende dag nemen we afscheid van iedereen, we gaan naar Man-O-War en dan direct vanaf Man-O-War gaan we door naar Nasssau voor onze afspraak bij de Us ambassade. Voor we naar Nassau vertrekken willen we Pat en Darnell nog zien en daarom zeilen we af naar Man-O-War Cay.

Bij aankomst op de ankerplaats zien we aan de ravage in het motorruim dat er wat mis is. De uitlaat van de motor is afgebroken, net op het punt waar het water in de uitlaat wordt gespoten. Het is dus een vreselijk natte bende, al John's gereedschap en onderdelen zijn nat en dus zout. John weet het met een houtje-touwtje provisorisch te repareren, maar omdat het op het droge uitlaat-deel aansluit zal dat volgens hem niet al te lang houden, alleen in nood om weg te komen voor de wind dus. Geen prettig idee, zeker niet omdat het weer erg veranderlijk is. Morgen moeten we dus eerst eens kijken of we hier dat onderdeel kunnen kopen.In de nacht breekt de hel los, het waait behoorlijk en er hangt onweer boven JoHo en Island Dream. Ik vertrouw ons anker niet meer na het voorval in Lynyard Cay en houdt ankerwacht. Als de bliksem inslaat dicht bij JoHo hebt ik het niet meer. Ik heb ooit eens foto's gezien wat bliksem kan aanrichten als het in je boot inslaat. Brrrrrr daar wordt je niet vrolijk van, maar het anker houdt in de goede grond.

De volgende morgen gaan we samen met Pat en Darnell een rondje Man-O-War maken. Het regent pijpestelen en we zijn ondanks de paraplu drijfnat. Man-O-War is een religieus eiland, beroemd om zijn botenbouw en handgemaakte producten. Dit eiland verkoopt geen drank en sigaretten. Het is er bijzonder schoon en alle bebouwen zijn goed onderhouden.
Maar geen uitlaat, we moeten terug naar Marsh Harbour. De hele nacht hebben we wind gehad en nu hebben we geen zuchtje. Pat stelt voor ons met SY Island Dream naar Marsh Harbour te slepen, zij moeten er toch heen en en dagje eerder maakt hun ook niets. Zo gezegd, zo gedaan.

Iedereen is natuurlijk verbaasd ons weer te zien en binnen een uur is iedereen op de hoogte, John gaat meteen aan de wal. Binnen 24 uur heeft hij alles weer aan de praat. Nu stuiten we op een ander probleem, het weer. Het is binnen een halve dag veranderd in onstabiel, er liggen vier fronten rond de Carieb waarvan er twee op de nominatie staan een Tropische storm te worden en misschien wel een orkaan.
We wachten af en onze afspraak komt steeds dichterbij. Op donderdag 20 september nemen we opnieuw van iedereen afscheid en zeilen tussen de buien door naar Lynyard Cay. Hier blijven een extra dag, de buien worden intenser en uiteindelijk op zaterdag heel vroeg in de ochtend wagen we de sprong. De zee is relatief rustig en met een 12 knoopjes wind lopen we een mooie 5 knopen, te wispelturig om een halfwinder te durven zetten zakken we rustig af naar beneden. Tegen het eind van de dag krijgen we ook stroming mee, lopen 6,5 knoop en besluiten in een ruk door te zeilen naar Nassau. In de nacht lopen we de haven van Nassau aan, normaal doen we dat niet maar Nassau kenden we al en dat zou geen problemen moeten opleveren. Rond half drie in de ochtend gooien we ons anker uit in de buurt van een andere boot. We zijn op tijd voor onze afspraak morgen.

Onze buren hier heten trouwens Paul en Jenny, zij liggen met hun boot SY Irise al een aantal weken in Nassau. We blijken elkaar net te hebben gemist de vorige keer. Wij zijn al vroeg uit de veren, onze afspraak staat om 8 uur. Als we aankomen staat er al een hele rij, wij vragen ons af waarom we nou eigenlijk een afspraak hebben moeten maken. Na een kwartier buiten wachten mogen we naar binnen. Ook binnen staat een rij, na een grondige security-check worden we gescheiden. Er mag maar een persoon in de rij staan, dat wordt John en ik ga rustig zitten wachten. Na twee uurtjes worden we allebei opgeroepen voor de digitale vingerafdrukken en foto. We hebben de 200 dollar al betaald en nu is het de vraag of wij in aanmerking voor een visum komen. Het verlossend antwoord is ja, morgenmiddag mogen we onze paspoorten inclusief de visas ophalen. We lopen op ons gemakkie terug naar de boot en blijven daar de rest van de dag, het weer is namelijk nog erg wisselvallig. Later op de middag komen Jenny en Paul gezellig borrelen en blijven tot middernacht. Hoezo hard werken op een boot....

De dinsdag rommelen we wat op de boot, kijken naar het weer en maken alles klaar voor direct vertrek naar de States. Het weer is niet om over naar huis te schrijven, maar geen tropische stormen dus da's voor ons goed genoeg. We lopen in de regen naar de ambassade om onze eigendommen op te halen. Ook nu weer staan we in de rij, gelukkig niet al te lang. Eenmaal binnen staan we ook weer zo buiten met een 10 jaars visum. USA here we come.
Na deze officiele zaken wordt het relax-tijd, we pakken onze dinghy en varen naar het Atlantis Resort op Paradise Island aan de overkant van JoHo. Alles is hier in het Atlantis-thema, we bezoeken de tuinen en een prachtig aquarium. Waar je normaal entree voor moet betalen, maar we zouden geen Hollanders zijn als we het niet gratis konden zien (gewoon per ongeluk de achteringang gepakt). Het is een pracht en praal in Atlantis. Na afloop trakteren onszelf op een ijsje, aangezien ze 6 dollar vragen wordt het er maar eentje. Heel romantisch je ijsje delen met je liefhebbende en aangezien het American Size is hebben we er nog teveel aan ook.

De woensdag wordt niets, het waait hard en regent pijpestelen, op donderdag verlaten we Nassau met donkere luchten voor en achter ons, maar da's niet hier zegt John nog. We hebben een prachtige zeiltocht tot we bijna bij de Great Bahamas Bank aankomen, daar zitten we in een keer tussen twee fronten en we zien 4 windhozen achter elkaar, waarvan een wel erg dicht bij JoHo in de buurt. We zetten toch even de motor bij om zo snel mogenlijk uit dit gebied te komen en lopen motorzeilend 8 knopen (da's wel even anders dan de 3 die we gewend zijn). We gooien ons plan te ankeren voor de nacht overboord en besluiten deze nacht door te varen aangezien dit front bij onze bedachte ankerplaats blijft hangen.
De nacht is redelijk rustig, we varen van de buien weg maar de wind veranderd van koers. Zal je altijd zien. We komen met een tegenstroming en de wind op de neus niet echt vooruit (3 knopen, hoezo wen je snel) dus wordt onze koers aangepast. We stevenen nu op het laatste eilandje met de vuurtoren op Great Isaac af. Moeten nog even slalommen om de vissersnetten te ontwijken en dan zien we het eiland. Alles is rustig op de ankerplaats in deze wind en we brengen hier onze avond en deel van de nacht door.

Heel vroeg in de morgen maakt John mij wakker zegt dat we moeten gaan. Ik zei dat het 2 uur op de klok is. Het weer is aan het veranderen en er staat nu ook een swell op de ankerplek. Met een prachtige wind van een knoopje of 15 noord-oost knallen we met 7 knopen de Strait of Florida door. De wind wakkert verder aan en op een gegeven ogenblik hebben we 24 knopen wind en stroming mee, we lopen ruim 9 knopen op GPS. Dit gaat te hard. De zee is ruig maar we zijn wel in een recordtijd in West Palm Beach. Even een trots puntje, Storno en ik zijn NIET zieziek geweest.
Vroeg in de middag gooien we ons anker uit ten zuiden van Peanut Island, we zijn blij dat we er zijn. Het weer wordt nog onstuimiger en wij blijven waar we zijn. In de nacht hebben we om de buurt ankerwacht, het waait namelijk met vlagen van 52 knopen.
Als de wind iets minder wordt verkassen we naar (little) Lake Worth, deze ankerplaats is iets rustiger en veiliger. We zijn terug op de plaats waar alles begon in juni.

Als JoHo goed ligt worden we opgehaald door Richard en Eva (eigenaar van Hog cay), zij hebben hier een huis en helpen ons uit de brand. We moeten voor het inklaren naar het internationaal vliegveld van West Palm Beach, natuurlijk aan de andere kant van de stad. In het week-end is het havenkantoortje dicht. Wisten we wel, plan was ook om zondag aan te komen, maar ja we hadden geen keus.
In dit land kan je lopen wel vergeten de afstanden zijn zo groot. We zijn erg blij met de hulp en de gezelligheid. We spreken af als het weer wat rustiger wordt eens lekker te gaan uit eten.
Voordat we aan boord gaan halen we nog wat broodnodige boodschappen, in deze supermarkt ontmoeten we Arthur en Miriam, een Nederlands stel die al jaren in Amerika wonen. Het klikt gelijk en we spreken dezelfde avond af in een sportsbar. We eten een hapje en keuvelen over van alles, het is zo gezellig dat we de tijd vergeten en rond middernacht nemen we afscheid. Die nacht slapen we als twee ossen.