AUGUSTUS 2007

Wij zijn het klussen een beetje zat, buiten dat zijn we door onze voorraad bouwmaterialen heen. Binnen is op de achtercabin na alles zo goed als klaar en we hebben dan ook het plan langzaamaan terug naar de US te gaan. Er moeten bouwmaterialen worden gehaald die hier in de Bahamas niet te vinden of verschrikkelijk duur zijn. De eigenaar Richard is met zijn vriendin Eva ook gearriveerd dus kunnen we met een gerust hart vertrekken. Wij zijn Richard erg dankbaar dat we al die tijd gebruik van zijn eiland hebben mogen maken, zonder was het toch allemaal een stuk moeilijker geweest.

Op zondag 5 augustus nemen we afscheid van Hog Cay, het vertrek wordt uitgesteld tot 's avonds laat als de westerwind eindelijk is gaan liggen en het weer hoogwater is. In het donker varen we naar Green Turtle Cay. De weg daarheen kunnen we onderhand wel dromen. Rond vieren gooien we het anker uit om nog wat slaap te pakken voordat we 's morgens verder varen. We sturen alles met het handje omdat onze autopilot nog niet werkt.
Als de zon opkomt vertrekken we weer, om later op de dag te arriveren in Hope Town, een prachtige omsloten natuurlijke haven op Elbow Cay. Bij binnenvaren zien we de haven vol liggen met moorings en we pikken er een aan en wachten af. Binnen tien minuten staat er een marinaman bij onze boot. Hij vraagt 20 dollar voor een nachtje en dat vinden we toch iets te zuur. We zeggen dat we dan wel gaan ankeren. Hij wenst ons veel succes om een ankerplaatsje in de drukke haven te vinden. No problemo, mijn kapitein John vindt altijd wel een plekje om te ankeren. Vanaf onze ankerplekje hebben we een prachtig zicht op de uit 1862 gebouwde nog steeds op kerosine werkende vuurtoren. De avond is windstil het koel niet af, we slapen buiten in de kuip.
Vroeg in de morgen worden we met een bezoek van een (andere) ongemanierde havenmeester vereerd en dat is nog licht uit gedrukt. Hij maakt ons er op attent dat ankeren in Hope Town is verboden, ook niet kan (hoezo?...) en wij geven te kennen dat we zodra we klaar zijn met de motor gaan vertrekken. John was namelijk bezig het oliefilter te checken. We motoren Hope Town uit en ankeren buiten Elbow Cay in smaragd groen-blauw water. Vandaag hebben we vakantie, we zwemmen, zien grote oranje zeesterren en roggen die langszwemmen, we lezen wat, luisteren music en BBQ-en aan boord als afsluiter.

8 Augustus tuffen we op motor naar Marsh Harbour. Eind 1700 eeuw opgericht, Marsh Harbour was bekend om zijn spons- en botenindustrie. Na de Eerste Wereld Oorlog kwam hier de klad in en vertrokken veel mensen naar Nassau. Vandaag de dag wordt Marsh Harbour de Hub of Abaco genoemd. Veel toeristen en cruisers zorgen voor een nieuwe economische impuls.
Je kunnen hier bijna alles vinden en kopen maar er hangt wel een prijskaartje aan. Maar goed, we willen internet en toch wat voorraden voordat we verder gaan.

We brengen een langere tijd door in Marsh Harbour dan gepland omdat er een tropische storm ontstaat die orkaan Dean wordt. Met orkanen weet je nooit hoe ze gaan lopen en wij blijven waar we zijn. Geen straf, we ontmoeten Pat en Darnell van SY Island Dream. Een geweldig gezellig stel uit de zuidelijke staten van de US. Hun vrienden zijn Cindy en Eddy van SY Cyrano en samen met Pattie de Amerikaanse Consul in Marsh Harbour doen ze om beurten het Abaco-net op kanaal 68.
Verder maken we bij Buck-a-Book, een tweede hands boekenzaakje gerund door Mimi, kennis met Nick. De opbrengst van Buck-a-Book gaat naar het 'save the Abaco horses' project. En Nick is een Engelsman op een Russisch stalen bootje Joy genaamd, heeft niks met de boekenwinkel te maken. Nick vertoeft vele avonden aan boord van JoHo. Hij eet gezellig mee en is blij met wat gezelschap (en wij ook), hoezo zeilen een eenzaam bestaan.

Wanneer Orkaan Dean eindelijk voorbij is, John een sprayhood heeft genaaid en de autopilot eindelijk is gerepareerd maken we JoHo klaar voor vertrek naar Nassau om onze visa voor de US aan te vragen. De avond voor vertrek hebben we nog een feestje op Le Pecheur d' Etoiles. Een houten Canadese boot met Engelse bemanning. We hebben een top-avond, ontmoeten veel nieuwe mensen, eten, zingen dat het een lieve lust is en tot slot doen wij het licht uit (als altijd).

Op 26 augustus luisteren we voor vertrek nog even naar het Abaco-net. We worden door zowel oude als nieuwe vrienden uitgezwaaid, wat een fijn gevoel is dat toch. Tegen het einde van de dag zijn we bij Lynyard Cay waar we de nacht zullen doorbrengen. We kiezen een mooi plekje bij een strandje. Als JoHo goed op de haak ligt pakken we de dinghy en gaan naar het strand. Het is verlaten en we badderen totdat we er genoeg van hebben. Dit is dus het Bahama-gevoel. Terug op JoHo krijgen we ongewacht bezoek van Mannie (een Brabander uit Made) en Claire zijn (Engelse) vriendin. Zij werken voor Moorings, een charter compagnie, en hebben ze ook al ontmoet in Marsh Harbour. De gasten zijn van boord en nu hebben ze even tijd voor een praatje.

Heel vroeg vertrekken we weer, we verlaten de Abaco-wateren en komen op de Atlantische Oceaan. JoHo zeilt prima, met een beetje wind lopen we al snel zes knopen. De beweging van JoHo is ook anders, wat resulteert in zeeziekte. Alleen John blijft het weer bespaard. Gelukkig hebben Storno en ik maar een lichte vorm, maar leuk is anders. Bij Egg Island maken we een stop voor de nacht.
De tocht naar Nassau verloopt ook de tweede dag goed en het eerste deel doen we op zeil. Na een bui zijn we de wind kwijt en motoren we verder.

Nassau is de hoofdstad van de Bahamas en wij zijn hier om onze visa voor de US te vernieuwen. Het verschil van Nassau met de rest van de Bahamas is erg groot, veel hotels, grote cruise-schepen, drukte alom. We liggen op dit ogenblik op anker tussen Paradise Island en Nassau.
Nassau was voorheen Charles Town en is door de Spanjaarden in 1684 plat gebrand. In 1695 was de stad weer herbouwd en werd vernoemt naar Koning William III of England oftewel naar onze eigen stadhouder Willem van Oranje-Nassau. Leuk, overal ter wereld kom je stukjes Nederlandse geschiedenis tegen.
We kijken uit op restaurant-bar de Green Parrot, hier kan je tegen een redelijke prijs lekker eten en ze hebben een internetverbinding. Onze barman zorgt goed voor ons. Ook mogen we onze dinghy aan hun dock leggen als we de stad in moeten, men heeft ons van alle kanten gewaarschuwd voor dieven en overvallers. Wij krijgen echter cadeautjes van de lokale vissertjes......

Verder hebben we een afspraak met de US ambassade gemaakt. Domper. Pas op 24 september 2007 hebben ze tijd voor ons. Het valt niet mee een afspraak te maken, eerst moet je een Visa kraskaart kopen, daarna een speciaal nummer bellen (in Mexico?!) om dan een afspraak te maken met de ambassade in Nassau. Dan hebben we nog het probleem dat we niet getrouwd zijn maar officieel samenwonen, uiteindelijk hebben we op dezelfde dag voor ons beide een afspraak kunnen maken. Er wordt dan een persoonlijk interview afgenomen om te kijken of je niet staatsgevaarlijk bent. Ik vind het persoonlijk een aantasting van mijn integriteit en voel me behandeld als een crimineel. John denkte er gelukkig hetzelfde over. Maar goed, we wachten het wel af. Pasfoto's zijn gemaakt, formulieren gedownload van het internet en ingevuld, klaar om mee te nemen over bijna 4 (!!!) weken.

Onze plannen voor de tussen liggende drie weken zijn, lekker langzaam terug naar Marsh Harbour. Het ligt daar namelijk veiliger dan hier, we zitten nog steeds in het Hurricane seizoen. Wat klussen en relaxen en dan op tijd terug naar Nassau.... IJs en weder dienende (al hebben we van dat eerste hier niks te vrezen).