In Nederland hebben we de 3 weken hard nodig gehad om alle officiele dingen voor onze nieuwe boot te regelen. De laatste week hebben we nog veel vrienden en bekenden gesproken of gezien.
Op 17 juni
staan we klaar met twee tassen en doos, twee stuks handbagage en Storno de kat.
We worden door John's ouders, Marc, Sheila en Femke naar Schiphol gebracht en
uitgezwaaid. Bij aankomst blijkt onze vlucht 4 uur vertraging te hebben. Gelukkig
mogen we Storno tot een uur voor vertrek bij ons houden. Normaal gaat hij als
handbagage mee maar bij Martinair niet, daar wordt-ie behandeld als vracht,
al betaal je er voor als een passagier.
Tijd voor boarding, Storno blijkt nog niet in het vliegtuig te zitten. Eindelijk
zien we de kooi arriveren buiten, maar in plaats dat die meteen in het vliegtuig
wordt gezet, staat die doodleuk op de grond naast het ronkende vliegtuig. Niemand
te zien en zo gaat er een tijdje overheen. We moeten maar eens actie ondernemen,
na een klacht staat Storno binnen enkele minuten in het vliegruim. Je betaald
er goed geld voor om zo'n beestje mee te nemen dan verwacht je ook goede zorgen,
maar dat is er niet bij, VRACHT dus.
De vlucht duurt zo'n negen uur en het is al donker als we op Miami International
landen.
Alles loopt van een leien dakje, iets wat we niet verwacht hadden. Zelfs Storno
staat al op ons te wachten, hij is er slecht aan toe. Eerst de kat water en
voer gegeven en daarna door naar de Douane. Voor we het weten staan we op straat,
op naar het autoverhuurbedrijf. Die avond overnachten we in een hotel in Boca
Raton, halverwege. We smokkelen Storno mee onze kamer in, kunnen we alle drie
even bijkomen van de reis.
Al vroeg staan we in de startblokken, voor het eind van de ochtend hebben we het grootste deel van ons lijstje met te kopen spullen afgewerkt. In de middag lassen we een lunch in. Storno gaat mee, we laten hem niet in de warme auto. Het is hier rond de dertig graden. Eind van de middag komen we bij de grote JoHo aan. John levert de huurauto in terwijl ik alles inruim. Dezelfde avond gaan we voor anker in Lake Worth, een klein kwartiertje varen, omdat we van de eigenaar van de steiger niet daar mogen blijven slapen.
Op 21 juni maken we ons op voor vertrek naar de Bahamas maar we komen niet verder dan de ingang van Lake Worth, nog steeds Palm Beach dus. Onstabiel weer is hier de oorzaak van. In de nacht dat we hier voor anker liggen hebben we goed last van windvlagen en omweersbuien. Het anker houdt en wij zijn blij dat we de goede beslissing hebben genomen.
Wij zijn niet
bijgelovig en vertrekken dus gewoon op de volgende dag, al is dat een vrijdag,
heel vroeg in de ochtend. Na een aantal uur krijgen we een beleefdheidsbezoek
van de US kustwacht, ze komen niet aan boord en wensen ons een goede vaart naar
de Bahamas. Met een prachtige westenwind (heel uniek) zeilt onze nieuwe boot
heerlijk relaxt. Begin van de avond zeilen we West End in de Bahamas
binnen, we willen de Marina in hier om in te klaren, maar de motor heeft kuren
en is niet te gebruiken. Vuile diesel is de oorzaak en we gaan voor anker omdat
de aanloop naar de marina te ingewikkeld is. We liggen maar het is best spannend
op deze ondieptes met een boot die je nog niet van A tot Z kent.
In de nacht breekt de hel los, onweer van vier kanten met flinke wind vlagen
een krabbend anker en geen motor ter beschikking. Niet gek dat we geen oog dicht
doen.
De eerste klus
voor John zijn de motor en filters schoonmaken of vernieuwen. Daarna hebben
we contact met de marina om in te klaren maar zij hebben geen plaats en we besluiten
als het hoogwater is door te varen.
Onderweg komen we alleen maar Amerikaanse motorjachten tegen, niet een maar
wel een stuk of -tig. Tegen de avond stoppen we voor een verlaten eiland Mangrove
Cay. Deze avond zijn we niet alleen, we delen hem met flink wat ongedierte.
Na twee dagen
motoren, er staan namelijk geen wind, komen we op Green
Turtle Cay aan. In New Plymouth gooien we ons anker uit. We liggen net of
er komt een dinghy aan gevaren met Joost (Hollander) en Richard (Amerikaan)
aan boord. We babbelen wat en spreken af de volgende dag naar Richard's prive-eiland
te komen.
We gaan aan land om in te klaren en genieten van een prachtige avond. We lopen
naar Black Sound een Hurricane Hole en trakteren onszelf daarna op een hamburger
met frietjes. Onder begeleiding van wat ongedierte varen we weer terug naar
JoHo.
De volgende
dag varen we met
de wind in de rug naar Hog
Cay het eiland van Richard. Helaas voor ons naderen we van de verkeerde
kant met als gevolg dat we om vele kleine eilanden heen moeten zeilen voordat
we er zijn. Gelukkig is het hoog water, terug is geen optie omdat er een onweersbui
met veel wind is. Normaal gesproken vaart men niet tussen de eilanden door en
dat zorgt voor nogal wat commotion.
In Hog Cay is een steiger en John parkeert de JoHo achter de Grote Meid, de
zeilboot van Richard.
Op het eiland krijgen we een rondleiding van Joost
en Richard en we blijven die dag. Richard en Joost willen de volgende dag vertrekken
en het idee ontstaat nadat Richard vertelt dat er is in gebroken dat wij op
Hog
Cay blijven waar we kunnen klussen en een oogje in het zeil houden. De avond
sluiten we gezellig af. In de nacht twijfel ik of het wel de juiste beslissing
is, ik kan niet slapen van de muggen en zowel ik als John zijn helemaal lek
gestoken. Joost komt met de oplossing, slapen in het paalhuis onder een muskietennet.
Probleem opgelost, we blijven. En hier ligt JoHo
veilig voor een eventuele orkaan.
Met de Grote
Meid gaan we vroeg in de ochtend nog even mee naar Spanish Cay voor wat boodschappen
en Richard en Joost moeten nog wat zaken daar afhandelen. Ik heb nog geen koelkast
en al het vers wordt in een ijsbox gevuld met ijs gelegd. Eenmaal terug op Hog
Cay nemen we afscheid van Joost en Richard, we krijgen tijdelijk ook nog Richard's
mobiel zodat we bereikbaar zijn.
John zet dezelfde dag onze binnentent
op in het paalhuis en het grote klussen kan beginnen.