MAART 2006
We liggen nu
al een aantal dagen verwaaid in Ras Therma, Eritrea en er lijkt geen einde aan
te komen. Gemiddeld vier keer per nacht zijn we op om te kijken of we eindelijk
kunnen vertrekken. Tot nu toe zonder resultaat. Als enige zijn we maar om de
hoek van Ras Terma gaan liggen zodat we een goed uitzicht op zee hebben. De
andere boten houden we op de hoogte.
Ondanks de wind springen we hier toch even lekker het water in, snel inzepen,
rondje rond de boot kijken of alles nog in orde is en afspoelen maar. Daar kikker
je van op.
Opeens in de
nacht is de wind een stuk minder, we roepen de anderen op met de mededeling,
tijd om te gaan, laten we het proberen. Zo gezegd, zo gedaan. Het wordt geen
plezierritje, maar de tijd dringt.
Na tien mijl is het eigelijk niet meer te doen, wat wordt het, 10 mijl terug
of 3 mijl doorgaan. Door golven en wind komt de JoHo nauwelijks meer vooruit.
Niet ver voor ons achter een eiland is een ankerplaats. Als Le Crabe een melding
maakt van problemen, zijn motor doet het (weer) niet meer en er komt veel water
binnen zijn we bijna op de ankerplaats.
De andere boten volgen en zo gauw we voor anker liggen gaan de mannen op de
Juwin terug om Le Crabe te helpen. De vrouwen blijven achter op eigen boot omdat
er een straffe wind staat. Het rolt enorm op de ankerplek.
Ik maak van de tijd gebruik om alles wat nat is buiten te zetten om te drogen,
matrassen, beddengoed. Alles is klets nat. als je constant golven over de boot
krijgt begrijp je wel waarom onze luiken lekken.
Eindelijk komt de Juwin samen met Le Crabe binnenzeilen,
meteen proberen de mannen de problemen te verhelpen. Eind van de dag loopt de
motor weer, waar het water van daan is gekomen is gissen.
Door het rollen
van de boot op de ankerplaats besluiten we dezelfde nacht nog door te varen
naar Assab. De anderen hebben hun marifoon uitgezet waardoor we geen contact
krijgen. We zien ze over een paar uur wel in Assab. De zee is redelijk en we
zijn blij als we in Assab liggen. Nog even een paar uurtjes slaap pikken.
De slaap wordt vreemd verstoord doordat de groep verderop (Isis, Panta Rhei,
Escape en Mistral) oproept dat er een weatherwindow aankomt vandaag. Samen met
de Thalassa die intussen ook is gearriveerd wordt er uitgeklaard. Le crabe wordt
ondertussen slepend door Juwin binnen gebracht. Samen wordt er een plan de campagne
opgesteld, de JoHo gaat samen met de boodschappen naar de rest, Thalassa blijft
samen met de duitse boten omdat ze zelf ook een probleem met de motor willen
oplossen.
Wij gaan dus
op weg naar Lahaleb deset, niet ver (7 mijl) van Assab. We brengen de bestellingen
rond en beginen aan onze klussen. Een kapot grootzeil moet vervangen worden,
diesel tanken, een ander genua erop zetten. De tijd vliegt. Nog snel even een
borrel op het paradijselijke strand met de anderen nuttigen en een route bespreken
en dan terug naar de JoHo voor een kort slaapje.
Als de
wekker gaat hebben we geen uitgerust gevoel, maar vertrekken toch om geen aansluiting
met deze groep te verliezen. Het begin is redelijk maar zo gauw we het kanaal
verlaten breekt de hel los. Het is een zware overtocht met flink wat water in
de salon en een gescheurde genua (natuurlijk het beste en mooiste zeil, in 100
stukken).
Dodelijk vermoeid probeer ik binnen te hozen om al het water eruit te krijgen
maar het blijft maar terug komen. Uiteindelijk val ik helemaal uitgeput door
zeeziekte en vermoeidheid op de harde bank. Wij zien het even allebei niet meer
zitten.
Eindelijk bij Ras Dumera aangekomen stoppen we om alles op orde te brengen en uit te vinden waar het water vandaan komt. De enige die door wil gaan in dit weer is de Panta Rhei, de rest van de groep gaat mee naar de ankerplaats en blijft ook liggen om ons de rust te gunnen die we nodig hebben. Op de Escape wordt onder het genot van een koffie de zaken doorgesproken. Tegen de avond zorgt de Isis voor het avondeten. Gelukkig krijgen deze nacht de slaap die we verdienen.
Het tempo wordt
weer opgevoerd, motorzeilend en tackend hopen we tegen deze zee in de komen.
Een moeilijke klus omdat we ook flinke stroming tegen hebben. De natuur trakteert
ons op een verzetje, fluorescerende dolfijnen. Zoiets moois heb je nog nooit
gezien. Door het hoge planton gehalte lijkt alles wat in het donker door het
water beweegt licht te geven, Wij zagen de lichtgevende contouren van de spelende
dolfijnen rondom onze boot.
In de loop van de dag komen dan aan bij Bab el Mandab, het afvoerputje van de
Rode zee. De golven zijn torenhoog, waaruit ook weer kleine groepjes dolfijnen
de raarste capriolen uithalen. We steken de shippinglane over om zo dicht mogelijk
langs Perim eiland te varen, hopend dat zo dicht langs het eiland het een beetje
rustiger zal zijn. We moeten blijven tacken waardoor je veel mijlen maakt maar
op papier schiet je geen meter op, erg demotiverend. We doen ons uiterste om
bij te blijven, ook hier zorgen wind, golven en tegenstroming dat onze snelheid
laag is. Maar ondanks alles komt Aden steeds dichterbij.
Dachten alles ze hebben gehad, stopt onze motor bij het aanlopen van de Baai van Aden ermee. Weer een tegenvaller, op zeil moeten we de haven binnenlopen. Dit doen ook weer tackend omdat we wind op de neus hebben. De kustwacht ruikt geld en willen ons wel naar binnenslepen, daar komt niets van in. Ook de Panta Rhei wil ons met alle liefde helpen, ze gaan ankerop en krijgen hierdoor de grootste problemen met de autoriteiten. Het binnenzeilen walt nog niet mee, overal liggen grote metalen mooringen. En we zijn dolgelukkig als we eindelijk ons anker uitgooien. Wat een verschikkelijke reis is dit vanaf Ras Terma geweest.
Maar het kan
nog erger, we liggen amper als we horen dat afgelopen nacht de Iris in brand
is gevlogen en gezonken. Met kippevel vraag ik hoe het met Monique en Charles
is. Guido roept dat ze aanboord van Scharrel zijn, verder heeft hij geen nieuws
hoe het gaat. Ondertussen zijn de Escape en Mistral ook binnen en er wordt meteen
actie ondernomen.
John maakt gebruik van de SSB bij Sjoerd om te pogen contact te krijgen met
Operatie Enduring Freedom. Deze militaire operatie bevind zich in de buurt van
Eritrea. Hopelijk kunnen deze medisch gezien wat voor Charles en Monique betekenen,
omdat de laatste berichten van Odulphus zijn dat de mensen wellicht een rookvergiftiging
hebben opgelopen. Lo probeerd intussen via de Nederlandse Ambassade de Franse
te pakken te krijgen. Alsof de duivel ermee speelt is het een feestdag in Eritrea,
we krijgen ze niet te pakken. Monique en Charles hebben natuurlijk alles verloren,
hopelijk wil de Ambassade ze bij staan. Wat een drama.
Bij het inklaren
ontmoeten we Selim, onze agent in Aden. Hij laat ons Aden in vogelvlucht zien.
Wat een stad, enorme indrukken. De mensen zijn zeer vriendelijk. Vrouwen lopen
hier zwaar gesluierd maar de bevolking maakt geen bezwaar dat touristen dat
absoluut niet doen. Je kunt hier zelfs alleen over straat als je dat zou willen
zonder dat een iemand je lastig valt.
Dat zijn toch hele andere verhalen dan wat je hoort in Nederland.
De eerste dagen
in Aden worden besteed aan het repareren. Onderdelen worden gekocht, boodschappen
gedaan, bunkeren van diesel en water.
Daar buiten doen we ook nog leuke dingen. Er is een vrouwendag, winkelen en
site-seeing zonder de mannen. Verder hebben we een speciale meeting op de kade,
een nationale krant is in de Rally geinteresseerd.
Met onze agent bezoeken we de basins, initieel aangelegd door de Queen of Sheba,
de crater waar we onder andere ook lekker lokaal eten. Aan andere kant van Aden
is er de markt. Aden is anders als ik me had voorgesteld, veel moderner. Neem
nou het internet, ze hebben adsl en super snel. Tegenwoordig komen er zelfs
cruise schepen met touristen. Aden verrast.
De rest van
de tijd besteden we volledig aan de rally. Er zijn problemen bij de groep die
nog in Eritrea ligt. We hebben geen contact en als die er door toeval wel is,
vangen we maar kleine delen op. Het contact wat er dan is verloopt stroef, wordt
vaak niet of verkeerd begrepen en dat stemt ons verdrietig.
Het schijnt dat Miou de Mer weer eens op een rif is gelopen en niet meer kan
varen. Wat Monique en Charles aan gaat, het schijnt naar omstandigheden gelukkig
goed met ze te gaan. Ze kunnen gebruik maken van Thalassa de komende tijd. Erg
nobel van Coos en Magriet, welke vliegen vanuit Eritrea naar Zuid Afrika omdat
ze per 1 april aan het werk moeten. Voor ons betekent dit dat we Thalassa niet
weg gaan brengen.
En hopelijk kunnen we alle ugly correspondentie die ontstaan zijn door mis-communicatie
achter ons laten als de groep weer bij elkaar is. Wij kunnen ons niet voorstellen
dat wat er allemaal is gezegd en gemaild ook zo bedoeld is als de ontvangende
kant het heeft opgevat. Zo kennen we de mensen niet.
Als de rallygroep
op vrijdag 17 maart weer compleet is kunnen we definitieve plannen maken voor
vertrek. Eindelijk vertrekken we 20 maart in kleine groepjes door het piratengebied.
Wordt ondertussen tijd, straks kunnen we door het veranderen van de monsoon
geen oversteek naar India meer maken.
Ook nu weer hebben we veel stroming, golven en wind tegen. We motorsailen de
hele tijd en het dieselverbruik is dan ook enorm. Op dag vier worden we aangenaam
verrast door een helicopter
van de Koninklijke Marine die patrouilleerd voor de Operatie Enduring Freedom.
Op kanaal 16 en 08 hebben we contact en een kort gesprekje. Ze maken nog wat
foto's en na een ererondje rond de JoHo vertrekken ze weer. Geeft wel een veilig
gevoel dat onze jongens ook in dit gebeid aanwezig zijn.
Al
Mukalla is voor ons erin en eruit. Diesel tanken, ontbijten bij de Scharrel
en weg zijn we weer. Het is een prachtige rustige nacht, maar onze snelheid
blijft nog steeds flink onder de maat en we besluiten te stoppen op een ankerplaats.
Hier bekijken we de onderkant en de propeller van de boot. Het wordt een pokkenklus.
Eerst de pokken van de propeller verwijderen en dan de algenaanslag onder de
boot verwijderen. Na zo'n klus even lekker plonzen.
Op aanraden van juist in de avond aangekomen andere boten blijven we een nachtje
liggen. Zo wordt onze reis naar Salalah, lekker rustig weer soms motorzeilen
dan weer een aantal uurtje zeilen een leuk stukje. In de avond genieten we van
een etentje op de Scharrel, met Markoen en Odulphus met de door Leo en Hans
gevangen vissen. Zo is het reizen zoals we dat bedoeld hebben.
Woensdag 29 maart zijn we dan in Salalah, weer een mijlpaal, weer veel te klussen.